Mijn laatste bijdrages

vrijdag 17 december 2010

Wie helpt mij bij het vinden van literatuur?

De afgelopen tijd ben ik druk bezig geweest met mijn onderzoek naar gebruik van SGI in het MBO. Een groot probleem daarbij is het vinden van geschikte literatuur.

Ik ben op zoek naar literatuur dat ingaat op de invloed van studentengedrag op lerarengedrag bij innovaties of in het onderwijs in het algemeen. Bij SGI ga ik er immers van uit dat studentengedrag lerarengedrag zal beinvloeden. Geef studenten dus een rijke, gevulde leeromgeving (met ICT) en de leraren zullen deze op een gegeven moment wel moeten gaan gebruiken: studneten stimuleren leraren tot bepaald gedrag. Dat de omgeving wel tot in de puntjes verzorgd moet zijn is een ander verhaal, maar niet minder waar...

Wie kan mij helpen aan de juiste literatuur. Reageer en wordt opgenomen in mijn masteronderzoek. Maak jezelf onsterfelijk! Ter inspiratie hier mijn onderzoeksvoorstel zoals dat er nu (17122010) uitziet.

woensdag 15 december 2010

De vrije wil bestaat niet? En het onderwijs dan?

De vrije wil? 
Kennis wordt in het onderwijs vaak gezien als tegenhanger van persoonlijke vorming. Vooral in het MBO wordt nog wel eens de kreet gebruikt:” ik kom hier om wat te leren” als vakken als burgerschap, sport en (in mindere mate) Nederlands op het rooster staan. Ook “waar heb ik dit voor nodig, ik wil een vak leren” komt nog wel eens voor.

De gedachte dat studenten gevormd kunnen worden tot mondige en rationeel denkende burgers is gemeengoed. Het leerplan Leren, Loopbaan en Burgerschap in het MBO staat er vol mee. Zo moet de student zich daarin bijvoorbeeld orienteren op de consumentenmarkt, rekening leren houden met eigen wensen en mogelijkheden en beslissen hoe hij gezond gaat leven op basis van gevonden informatie.

Studenten die de bovenstaande opmerkingen tegen ‘algemene’ vakken maken twijfelen niet of soortgelijke vakken invloed op hen als persoon hebben. Ze schatten die weliswaar niet bijzonder hoog in, maar ze hebben veel meer moeite met de vraag of deze vakken wel een bijdrage leveren aan hun latere functioneren als vakkracht.
Ik stel hier een andere vraag: kunnen deze vakken wel bijdragen aan de persooonlijke vorming van studenten? Zijn studenten, kinderen, volwassenen wel op te leiden tot mondige wezens die de regie hebben over hun denken en handelen?

Er zijn hier wat verschillende gedachten over. Eigenlijk gaan alle huidige en vroegere onderwijskundigen er van uit dat mensen gevormd kunnen worden (of ze gevormd zouden moeten worden en waarom, is een heel andere hier niet ter zake doende vraag).
Tegenwoordig is er echter ook een andere stroming, die vanuit hersenonderzoek stelt dat de invloed van individuen op hun denken en handelen veel beperkter is.
Daniel M. Wegner bijvoorbeeld noemt als psycholoog de vrije wil een illusie. De illusie van de bewuste wil is echter wel een gids voor onszelf, ons verantwoordelijkheidsgevoel en moraliteit. (Wegner, 2002). Victor Lamme, hoogleraar cognitieve neurowetenschap, gaat verder en stelt dat Ons Ware Ik niet ons bewustzijn is maar “het machtige brein zelf”. De invloed van ons bewustzijn is minimaal, mensen worden meer geregeerd door emoties dan door logisch nadenken. Er zit volgens hem geen bewuste ik aan de knoppen. Schwartz (2004) schrijft in ‘The paradox of choice’ dat wij uitgaan van maximale vrijheid voor burgers om te kiezen wat zij willen. Hoe meer keus, des te meer vrijheid, des meer welvaart, zo is de nu gangbare gedachte. Hij stelt echter dat meer keuze niet bevrijdt, maar verlamt en dat mensen er ongelukkiger van worden.


En inderdaad: uitgaande van emotionele sturing van ons ‘Ik’ welke botst met de sociaal wenselijke verstandelijke benaderingswijze, zal grote keuzevrijheid bij de meeste mensen interne conflicten opleveren. Wij willen er wel rationeel mee omgaan, wij worden geacht er rationeel mee om te gaan, maar we kunnen het niet.

Het onderwijs
Ik stel mij voor dat in 2020 het idee dat wezenlijke persooonlijke vorming vergeefse moeite is in het onderwijs gemeengoed zal zijn geworden. Verdere verhuftering van de maatschappij zal hebben laten zien dat de gedane investeringen in tegengaan hiervan nauwelijks rendement hebben gehad. Dit terwijl het probleem van de afnemende resources (leerkrachten) ons meer en meer hebben laten inzien dat we ons in het onderwijs moeten richten op zaken waar we wel invloed op hebben: kennis. Onderzoek van neurofysiologen zal in 2020 steeds meer bijgedragen hebben aan een wetenschappelijke onderbouwing van de theorie dat individuen weinig of geen controle over hun bewuste Ik hebben.

Daarnaast zal er over 10 jaar steeds meer druk op het onderwijs worden gelegd door burgers die vinden dat onderwijs een taak heeft in de socialiseringsprocessen van de ‘hufters’, al was het maar via werkkampen en tuchtscholen. Ook deze burgers laten zich niet leiden de rede...

Kennis zal steeds meer gezien worden als een compensatie voor minder gewenste persoonlijkheidskenmerken waarbij het niveau van de opleiding en het karakter van het toekomstige beroep de mix bepalen tussen benodigde kennis en vastgestelde persoonlijke eigenschappen. Ik noem dit de bewustzijncoëfficiënt.

Paradox
Het MBO zal een probleem krijgen met de vraag of een student geschikt is (of geschikt kan worden!) voor een bepaald vak. Persoonlijkheidstesten zullen breed ingevoerd worden en bepalend zijn voor toelating op een vakschool.
Er ontstaat een paradox:
Persoonlijkheid wordt nu vaak minder van belang geacht voor toelating tot een school: studenten kunnen immers nog gevormd worden. Als de persoonlijke vorming van studenten een mission impossible is geworden neemt daarbij het belang hiervan juist enorm toe. En dit terwijl er juist weinig aan te doen blijkt te zijn...

Het onderwijs zal studenten in 2020 niet meer lastigvallen met onderwijscatalogi, flexibilisering en reflectie. Te veel keuzevrijheid en zicht op je echte ‘Ik’ werpen blokkades op en een hoop frustratie. Wat heb je er aan om te weten welke zaken er bij jezelf veranderd moeten worden als je alleen wat cosmetische ingrepen kunt doen?

zondag 12 december 2010

ICT-Innovaties in 't onderwijs: eerst Human Resource, dan de rest

Rolf Bruins gaf in zijn college afgelopen vrijdag 11 december een aantal variabelen aan die innovatie stimuleren.
Hij maakt daarin een onderscheid tussen de volgende soorten variabelen:
  1. Technologische
  2. Structurele
  3. Culturele
  4. Human Resource

Hoe werkt dat dan in de praktijk, dacht ik? En dan vooral: mijn praktijk? 
Als je kijkt naar een innovatie op het gebied van onderwijstechnologie (dus met ICT) kunnen de 4 categorieeen onder meer de volgende variabelen bevatten (zie schema):
  • Technologisch:  in hoeverre zijn de software, hardware, infrastructuur en de ict-kennis aanwezig?
  • Structurele variabelen: is de organisatie ingericht, is er communicatie tussen gebruikers en automatisering? Wie bepaalt bv hoe en waar het gebruikt mag worden?
  • Cultuur: moet er meteen iets praktisch ingezet worden of is er ook 'tolerantie voor het onpraktische'? Mogen er risico's genomen worden door gebruikers of moet alles afgekaart worden met formulieren en projectplannen (Prince II en zo)
  • Human Resource: zijn de nieuwe gebruikers bereid een training te volgen en weet men zeker dat de applicatie de persoon niet gaat vervangen? Of: hebben we creatieve mensen in dienst?




Volgens Bruins is de Human Resource categorie verreweg de belangrijkste. Zelfs bij (of juist bij?) innovaties waarbij in een onderwijsorganisatie ICT betrokken is. 

SGI?
Wat betekent dit voor mijn onderzoek naar mogelijkheden voor invoering van SGI op het Deltion College?
In het onderzoek ga ik studenten van mijn doelgroep voorzien van een gevulde leeromgeving (n@tschool) en een gevulde kennisbank (Fiducia), buiten de leraren om. Door het gebruik hiervan en actieve en passieve invloed van studenten op leraren denk ik dat studenten bij leraren een vraag neerleggen de ELO en Fiducia te gaan gebruiken. 

Technologisch is alles dik voor elkaar. Er is software, er zijn pc's, internet en bij mij voldoende kennis. De studenten moeten uiteraard wel getraind worden in het gebruik van de ELO en Fiducia. 
In de organisatie heb ik steun van de betreffende onderwijsmanager en de directeur innovatie. Ook binnen het MT is een en ander bekend. 
Wat cultuur betreft: we gaan geen formulieren invullen. No-nonsense op basis van een innovatieplan. Wat precies de uitkomst wordt weten we niet, maar het wordt wel bere-interessant.
Human resource: precies hier richt mijn alternatieve innovatiestrategie zich op! Deze variabelen zijn in het team niet ontwikkeld / ingevuld. Hoe krijg ik de betrokken leraren zover dat ze de tools willen gaan gebruiken en dat ze gaan trainen en zich ontwikkelen? U raadt het al: op aandrang van de studenten.

Ik besef mij nu dat SGI zich met name richt op de Human Resource variabelen en dus ook inpasbaar zou moeten zijn op innovaties waar geen ICT bij betrokken is. Nou ja, eerst SGI bij de invoering van een ELO (n@tschool) maar eens onderzoeken. 

Wordt een mooi SGI-jaar, 2011!

vrijdag 10 december 2010

De dag dat alles samen kwam: stuiterend door de gang

Spannend. Vandaag geven de uitgevers en distribeurs aan wanneer zij verder kunnen gaan met de invoering van het federatieve contentdistributiemodel. Ben benieuwd of er toch nog een tussenmodel a la DAF wordt ingevlogen of dat we rechtsreeks over gaan in 2011. Wie weet...
Helaas nog niets gehoord, zodra er nieuws is zal ik het hier plaatsen.


Ook spannend: een studiedag voor mijn master Learning and Innovation op Windesheim. Gezien mijn eerdere ervaringen had ik niet zo’n zin. Dat is een understatement, laten we zeggen dat een gemiddelde pinguin meer zin heeft om op Mambobeach een middagje zon te pakken dan dat ik had om naar college te gaan...


Verrassing 1
Eerst de kenniskring van Peter van 't Riet. Hij ondersteunt mij en enkele anderen vanuit de kenniskring ICT bij het onderzoek. Het moet gezegd: een geweldige ochtend. Met twee andere studenten van 9 tot half 1 tijd om direct feedback te krijgen op de masterproposal: verhelderend, concreet en constructief. Ook als studenten onder elkaar veel feedback en actieve bemoeienis.


Verrassing 2
Enigzins blij, maar toch angstig na de pauze op weg naar het college ICT. Weer een verrassing: een gastcollege van Rolf Bruins die ons een geweldige presentatie over informatiemanagement voorschotelde. Erg goed met vragen en antwoorden die ik mij ook stel voor mijn onderzoek:
  1. waarom willen leraren geen ICT gebruiken in het primair proces?
  2. hoe kun je leraren zo ver krijgen dit wel te gaan doen?
Mijn antwoord is wellicht al wel bekend. Maar ook Rolf bleek er zo over te denken!
  1. Leraren zijn eigenwijs en hebben verstand van onderwijs. Zij denken dat managers dat niet hebben. Of zoals Minzberg stelt: aan professionals is moeilijk of geen leiding te geven.
  2. Maak een Bypass en richt je rechtstreeks op de student. Of: zoals Rolf Bruins dat vanuit zijn (informatie)managementachtergrond aangaf: zet de klant in je team om innovaties door te voeren. Goede literatuur hierbij: Mintzberg en Gary Hamel: "Het einde van het management zoals wij dat kennen"
Dus een voor mij onbekende docent die zomaar vol vuur kwam vertellen waarom mijn voor hem onkend onderzoek zo'n geweldig thema heeft.
In een nagesprek na de presentatie spraken we nog wat verder over mijn onderzoek waarvan het thema zo verrassend dicht bij zijn presentatie ligt. Volgens hem is er over studentgerichte innovatie eigenlijk nauwelijks literatuur. Wel in de commerciele sector mbt invloed van klanten, maar de transfer naar onderwijs wordt niet gemaakt. Werk te doen dus! Hij gaf de tip goed te kijken naar het werk van Victor Lamme over de vrije wil / het ontbreken ervan. Zijn theorieen zijn goed te gebruiken binnen onderwijsinnovaties.


Het moest niet gekker worden: eerst een presentatie geven gelinkt aan mijn onderzoek en daarna ook nog eens een al eerder door mij gebruikte theorie opvoeren als zinvol. Nah....


Verrassing 3
Kan het nog gekker: jawel!
Stuiterend van energie naar het eennalaatste onderdeel vandaag:  een rollenspel waarin wij een teamvergadering nabootsen waarin invoering van een ICTmiddel besproken wordt. Uiteraard loopt dit overleg uit de klauwen en komen we er niet uit. Reactie van deelnemers aan het rollenspel: als we nu geweten hadden dat de studenten graag zo'n vernieuwing wilden, waren we wel 'om' gegaan hoor... . Ik kon mijn oren niet geloven.


Het laatste halfuur bij de nabespreking met collega studenten weer veel gemopper over literatuurlijsten en aangekondigde toets. Heb m'n spullen gepakt en ben jubelend naar huis gefietst. Dat gevoel laat ik me in zo'n laatste half uurtje niet meer afpakken.

donderdag 9 december 2010

ROC-6, contentketen en Knooppunt MBO

Enige jaren geleden zijn zes ROC's die allemaal N@tschool gebruiken een regelmatig overleg gestart. Dit met als achtergrond het idee dat gezamelijk optreden naar de leverancier van N@tschool op een aantal punten meer gewicht in de schaal zou leggen dan dat men individueel op zou treden. Daarnaast is het natuurlijk prettig om regelmatig van de andere heavy-users te horen welke Hosanna- en gruwelverhalen er rond allerlei actuele n@tschoolzaken spelen.

Gisteren, woensdag was er weer zo'n bijeenkomst, dit keer in Zwolle. Deelnemers: Zadkine, Friese Poort, ROC Leiden, Horizon College, ROC van Twente, Deltion College en Koning Willem I.
Goed geteld, het zijn er inderdaad 7, samen goed voor zo'n 125.000 studenten (!).

Uiteraard heb ik hier samen met Klaas Wever (Horizon College) de resultaten van het overleg rond de distributie contentketen gepresenteerd. Over het algemeen vinden de ROC6-leden het project een goede kant op gaan. Interessant is natuurlijk de vraag die gesteld werd wat de rol van de distributeurs in deze nog zal zijn. Worden zij enkel incassobureaus voor scholen die zelf bepaalde kosten niet wensen te innen, of zullen zij in staat zijn zich door serviceverlening te handhaven in de e-contentmarkt? Denk bijvoorbeeld aan Eduroute dat als een soort licentiekantoor functioneert.

Een van de deelnemers presenteerde het 'Knooppunt MBO', een zogenoemd 'Federatief leermiddelenplein'. Volgens de site van stichting Praktijkleren "een project van Stichting Praktijkleren en het bureau M&ICT, een gezamenlijk bureau van drie ministeries. We realiseren een knooppunt waarin alle digitale stromen van Stichting Praktijkleren, uitgeverijen, de elektronische leeromgeving (ongeacht het type) van het roc en andere systemen bij elkaar komen. Het doel: met enkele klikken kan een team een totaalpakket per werkproces samenstellen en met enkele klikken kan de leerling per werkproces aan het werk". Ook participeert Threeships in het geheel.De ROC-6 leden waren op zich wel enthousiast over dit initiatief: het blijkt immers te werken.
Jammer is wel dat het een gesloten omgeving is (lijkend op Eduroute), commercieel uitgebaat en, anders dan de omschrijving doet vermoeden, nog niet operationeel aangesloten op de Kennisnet Entreefederatie. Daarnaast zijn authenticatie en autorisatie op één plek samengebracht. De ROC-zessers vinden dan dus ook dat dit project zich aan moet sluiten bij ons project 'Contentketen': een open omgeving met een een aparte neutrale authenticatieprovider (zie ook ECK2). Daarna is het wellicht een serieuze optie om binnen een ROC te gaan gebruiken.

Toevoeging op 17 januari 2011: Ik kreeg als reactie op deze blog van Maries Dinaux (projectleider Knooppunt MBO) het volgende bericht:
"...Knooppunt MBO is een niet commercieel en open platform, wat voor authenticatie volledig is gebaseerd op de Entree federatie. Voor het licentiemechanisme wordt gebruik gemaakt van het door ThreeShips ontwikkelde licentiekantoor.
De opzet is- met Stichting Praktijkleren als initiatiefnemer- in eerste instantie ontwikkeld voor de sector zakelijke dienstverlening (Ecabo dossiers), maar de techniek is mbo-breed bruikbaar.  Stichting Praktijkleren is zoals je weet geen commerciële partij maar ‘eigendom’ van de 41 aangesloten roc’s (waar onder Deltion)...". 

Nou ja, wat kwam verder aan de orde?
Onder meer een prachtige rekenmodule in N@tschool waarmee een student snel zijn formatieve toetscijfers kan inzien (Friese Poort), het redelijk simpel volledig streaming maken van de N@tschool materialenbank (Deltion) en de overstapperikelen naar versie 11. Ook  de volledig uitgekomen wet van Murphy bij het Horizoncollege bij het gebruik van Deviant-lesmaterialen via N@tschool kwam voorbij.


Tja, en wat doe je dan als in de organisatie steeds maar weer de vragen opduiken als "waarom N@tschool en geen Sharepoint?" Zuchten, koffie drinken en uitleggen. In die volgorde.

dinsdag 30 november 2010

Contentketen op lange termijn (2012 en verder)

Dit blog is een vervolg op twee eerdere blogs van 25 november en 30 november. In deze blogs beschrijf ik de problemen en oplossingen op korte termijn rond de distributie van en toegang tot e-leermiddelen. In dit derde blog ga ik in op de oplossingen op langetermijn (2012 e.v.) vanuit de optiek van Kennisnet. Een en ander is naar voren gebracht in het werkgroepoverleg 'stroomlijnen contentketen' tussen UitgeverijenNoordhoff, Malmberg en Thieme Meulenhof, twee grote distribiteurs, 7 ROC’s die voornamelijk N@tschool als ELO gebruiken en Kennisnet.

Ad 2 Situatie vanaf 2012 vanuit de optiek van Kennisnet (ECK2)
Henk Nijstad (Kennisnet) gaf in het laatste overleg van de werkgroep aan dat er in het bestel- en distributieproces diverse stappen te onderscheiden zijn, die binnen Educatieve ContentKeten (ECK) allemaal gebaseerd zijn op Open Standaarden. Ook Tripple A heeft al gekeken naar de processen die hier spelen, maar deze zijn echter niet uitgewerkt.

Aan de basis staat het Federatieve model dat nu al beschikbaar is voor gebruik (op basis van de Entree technologie). Hierbij is het echter van belang in de eerder geschetste problematiek dat de processen rond bestellen, licensering en distrubutie verder uitgewerkt worden en waar mogelijk of noodzakelijk nadere afspraken (standaarden) gemaakt worden.

Wellicht kan deze ‘weg naar 2012’ ingebracht worden als project binnen ECK2 (beschrijven, oplossingen en hoe in te richten vanuit de optiek van de school, de klant). ECK2 is een open situatie waarin iedereen mee kan gaan doen. Als klant (student en school) heb je dan eventueel ook alternatieven voor materialen en leveranciers. Het ECKmodel heeft grote flexibiliteit. De vraag is wel of scholen dat wel willen…
ECK2 levert een concept, een afsprakenkader, een beschrijving van te gebruiken processen op basis van bestaande of gewenste use case op, partijen kunnen dan aan de hand hiervan hun processen aanpassen. ECK2 is nog niet formeel gestart.
De vijf stappen die gevolgd worden om de digitale leermaterialen op een adequate manier bij de gebruiker te krijgen


Stap 1, samenstellen van de leermiddelenlijst
Je moet kunnen zoeken in al het relevante aanbod. Er liggen nu bestellijsten, losse objecten, leerlijnen, lijstjes van collega’s e.d.. Er is dus een grote diversiteit aan leermiddelen. Zie ook AH of Smulweb voor de wijze waarop je zelf je recepten (bestellingen en arrangementen) kunt vormgeven.


Stap 2, beoordelen van de leermiddelen door leraren.
Hier komen bv didactische keuzes om de hoek kijken.  Daarna vaststellen van de bestellijst.

Stap 3, bestellen
Een team moet daarvoor eerst zelf een goede lijst maken met de leermiddelen die gebruikt moeten gaan worden. Dat is nu nog vaak een probleem. Een voorbeeld van zo’n overzicht:

Distribiteurs kunnen hier een toegevoegde waarde leveren, o.a. voor beschikbaarheid van het materiaal, welke versie, wanneer kan worden geleverd, etc..

Stap 4, toegankelijkheid en distributie.
Doordat scholen, uitgevers en distributeurs met hun eigen omgeving gekoppeld zijn aan een onafhankelijke authenticatievoorziening (bv KennisnetFederatie) is de toegankelijkheid geborgd. Hierdoor is na inloggen op de schoolomgeving ook de toegang tot bestelde (en betaalde) content via het autorisatieproces van de aanbieder gerealiseerd. Uitlevering verloopt voor de digitale leermiddelen via de schoolomgeving. Bestelde e-materialen moeten meteen na betaling in de ELO zichtbaar en toegankelijk zijn.

Stap 5, Gebruiken.
In de studiewijzer of ELO van de school vindt de student de samenhang tussen de verschillende materialen. Kennisnet gaat dit vijf-stappenmodel verder uitwerken.
De stuurgroep van het ROC6 overleg kan deze problematiek eventueel later bij ECK2 inbrengen en verzoeken om tot een concept, afsprakenkader en mogelijk een prototype te komen in samenwerking met alle relevante partijen.

Contentketen op korte termijn (2011)

Dit blog is een vervolg op een eerder blog van 25 november en beschrijft de problemen en oplossingen rond de distributie van en toegang tot e-leermiddelen. In dit blog ga ik in op de oplossingen op korte termijn (2011) die overwogen worden in het werkgroepoverleg tussen UitgeverijenNoordhoff, Malmberg en Thieme Meulenhof, twee grote distribiteurs, 7 ROC’s die voornamelijk N@tschool als ELO gebruiken en Kennisnet.

Ad1. Komend cursusjaar, 2011
Als eerste spreekt iedereen in de werkgroep zich er voor uit dat gestreefd wordt naar een contentketen gebaseerd op het open model. Iedereen die voldoet aan de standaarden kan hierop aansluiten. Niet alleen de uitgevers binnen de GEU, maar alle contentleveranciers; niet alleen de grote distribiteurs, maar ook de plaatselijke boekhandel kan deelnemen aan de keten.

Op de korte termijn is het volgens de betrokken partijen echter niet mogelijk het 2012-scenario te realiseren. De huidige wijze van uitleveren ('vouchers') blijft bestaan, zij het met een aantal verbeteringen. Voor realisatie in 2011 is bij uitgevers een tussenfase richting de 2012 situatie in onderzoek, het zogenaamde 'DAF-model'.

Optimalisering huidige systematiek:
  • Indien de scholen kiezen voor een zogenaamde schoollicentie hoeft de student het product niet meer te activeren en hoeft er niet meer ingelogd te worden (Single Sign-On, SSO). De school betaalt de licentie en verhaalt dit op de student;
  • Er wordt gestreefd naar een systeem zonder vouchers (2012). Uitgevers kijker per uitgeverij of er op korte termijn iets kan worden verbeterd aan de code, maar dat is niet centraal en ook nog niet geregeld;
  • De e-leermiddelen worden uiterlijk op 15 mei door Thieme en Noordhoff aan scholen geleverd. Leraren hebben dan meer tijd de lessen voor het volgend cursusjaar voor te bereiden. Nu worden de materialen nog ergens aan het begin van het cursusjaar aangeleverd. Een en ander wordt ingebracht in de GEU;
  • Er komt meer overleg tussen scholen en uitgevers over de te gebruiken ELO- en browserversies.
  • Als de scholen voor 1 juni een lijst aanleveren met leraren die met product X gaan werken, zullen zij gepre-activeerd worden. De lerarenlicentie wordt dan aangemaakt of verlengd.
  • Als de uitgever en de school een overeenkomst sluiten kan er gewerkt gaan worden met bv halfjaarlicenties of schoolloopbaanlicenties. De ingangsdatum van een licentie wordt flexibel.
Er verandert in 2011 dus niets wezenlijk in de systematiek die dit jaar gebruikt wordt, behalve als het ROC kiest voor een schoollicentie. Wel wordt het e-materiaal eerder aangeleverd. In 2012 (zie ad2) is het de bedoeling de gewenste verandering voor de lange termijn door te voeren.

Bij de uitgevers is voor 2011 tevens een tussenstap in onderzoek. Hierbij zijn er 4 scenario’s mogelijk welke hieronder beschreven worden.

4 Scenario’s
Er zijn in totaal 4 scenario’s voor de korte termijn benoemd.
  1. ROC schrijft voor, ROC betaalt:
    Bestellen, leveren en gebruik via schoollicentie. De inning bij deelnemers kan zij of zelf verzorgen of laten verzorgen via de tussenhandel (inning als service). SSO vanuit schoolomgeving, volume- en prijsafspraak met ROC
  2. Hier twee mogelijkheden:
    a. ROC bepaalt, deelnemer betaalt:
    Dit is het huidige systeem en kan blijven bestaan, zie ook de optimalisaties. SSO onder voorwaarde na activering, vouchers
    b. ROC schrijft voor, deelnemer betaalt:
    Bestellen en leveren via één distribiteur, gebruik via schoollicentie. Student betaalt tussenhandel, deze betaalt de uitgever. Het ROC geeft aan hoeveel licenties er afgenomen gaan worden. Wachtwoordloos inloggen vanuit de schoolomgeving en identificatie van de gebruikers op opleidingsniveau.
    Dus een wezenlijke verbetering als het ROC kan voldoen aan een aantal voorwaarden
  3. ROC beveelt aan, deelnemer beslist en betaalt:
    Deze optie wordt voorlopig nog niet uitgewerkt omdat deze in de praktijk niet of nauwelijks voorkomt in het MBO
Scenario 2b lijkt de meest vriendelijke tussenoplossing. Half december 2010 wordt duidelijk of deze variant haalbaar is voor uitgevers en distributeurs.
In feite komt het er steeds op neer dat de uitgever de boel open zet indien:
- de school de boel strak organiseert;
- de studenten hun materiaal ook echt kopen en betalen;
- distributeur incasseert en afdraagt.

Autorisatie en athenticatie in 2011
In elk scenario liggen in 2011 de autorisatie en authenticatie nog bij de uitgever.
Ook na 2011 zou de autorisatie nog bij de uitgever blijven, maar moet de authenticatie door een onafhankelijke partij gebeuren. Zo kan hiervoor bijvoorbeeld gebruik gemaakt worden van ‘Entree accounts’, een dienst van de Kennisnet Federatie of een andere authenticatie provider. Hierdoor kan er met de eigen schoolaccounts worden ingelogd. Streven is om het authenticatieportaal van de uitgevers (Edupoort) op te heffen bij invoering van een nieuw model.


Autorisatiemodel
Een optie om op korte termijn de autorisatie te regelen is het eerder genoemde DAF model, waarvoor door de uitgevers een pilot in samenwerking met OMO wordt voorbereid. Dit Direct Acces Framework bestaat uit plugins die in de schoolomgevingen / ELO’s geplaatst worden en toegang verlenen tot de content van verschillende uitgevers. De vraag is of een tijdelijk gebruik van DAF niet zal leiden tot een vertraging of zelfs afstel van ingebruikneming van een open authenticatieomgeving als de Kennisnetfederatie. En: levert het in gebruik nemen van dit tussenmodel niet meer werk op dan het toepassen van de beschikbare Kennisnet infrastructuur? Het is nl mogelijk al snel aan de slag te gaan met het feratieve model, dus met scheiding van autorisatie en authenticatie.

Uitgangspunt van de leden is dat een eventueel tijdelijk gebruik van DAF niet mag leiden tot een vertraging of afstel van invoering van een open autorisatieomgeving.

Situatie in 2012 en verder
In een volgend blog beschrijf ik de situatie vanaf 2012 vanuit de optiek van Kennisnet (ECK2)

donderdag 25 november 2010

De contentketen, waar gaat het naar toe? (1)

Zwolle, september 2012. Een student schrijft zich in op een ROC en wil thuisgekomen meteen zijn leermaterialen bestellen. Hij logt in op de leeromgeving van zijn nieuwe school en ziet daar alle door hem te bestellen materialen keurig klaarstaan. Sommige van deze materialen moeten betaald worden, andere zijn gratis. Hij selecteert de materialen en kiest voor een leverancier als Van Dijk, BOL.com, de boekhandel om de hoek of de uitgever zelf en rekent op een manier af naar keuze. Meteen na betaling staan de digitale leermiddelen klaar in zijn persoonlijke Elektronische Leeromgeving. Hij kan er meteen mee beginnen; eenmaal in de ELO aangekomen is inloggen op het materiaal niet nodig. De boeken worden kort daarna aan hem geleverd.

De leden van de werkgroep ‘stroomlijnen contentketen’ proberen dit toekomstbeeld in 2012 te realiseren. Uitgeverijen Noordhoff, Malmberg en Thieme Meulenhof, twee grote distribiteurs (VDE en Lisette Werter), 7 ROC’s (1) die Threeships.nl/ als ELO gebruiken en Kennisnet willen de distributie en toegang tot het gebruik van e-leermiddelen veel simpeler maken dan nu het geval is. Daarvoor moet er aan de kant van uitgevers, tussenhandel èn scholen nog heel wat gebeuren.

Op dit moment (2010) moeten student en leraar op allerlei verschillende manieren digitale leermaterialen activeren en is de toegang voor elk pakket weer anders geregeld. De één is simpel via de ELO te bereiken, de ander heeft een aparte website met een eigen inlog en voor een derde moeten eerst alle 18 cijfers van een voucher ingetikt worden voordat het materiaal gebruikt kan worden. Het ene leermiddel moet verplicht besteld worden bij een bepaalde distributeur, terwijl het bij BOL.com goedkoper is, voor het andere krijgt de student een aparte rekening van de school. Kortom: een wirwar van regelingen en procedures met frustraties bij de studenten, leraren en de organisatie als gevolg. Nu niet direct de wijze waarop je het gebruik van deze e-leermiddelen moet stimuleren.

Tijdens het laatste overleg van de werkgroep op 16-11-10 zijn er twee paden naar de gewenste situatie in 2012 geschetst:
1. Komend cursusjaar, 2011
2. Situatie vanaf 2012

In een volgend blog zal ik ingaan op de ingezette routes.


(1) ROC Friese Poort, Deltion College, Horizon College, Zadkine, ROC Leiden, ROC van Twente, KW1 College. Ook SAMBO~ICT zal aanschuiven.

vrijdag 19 november 2010

Ontwikkeling contentketen 2012


In mijn werk als innovator en adviseur elearning/bronnenlijn merk ik steeds meer dat de drempeloze beschikbaarheid van digitale content een hoofdvoorwaarde is om elearning geaccepteerd te krijgen binnen het onderwijs. Je moet het simpel kunnen bestellen, betalen en er zonder veel gedoe bij kunnen komen. Pas als deze basiscondities op orde zijn kun je eens gaan denken aan integratie van elearning in het primiair proces. Om die reden past mijn medewerking aan de projectgroep 'stroomlijnen contentketen' dan ook erg goed in mijn studie voor mijn Master Learning and Innovation. Tijdens deze studie onderzoek ik (alternatieve) innovatiestrategieën voor een grotere inzet van elearning in het MBO. Welke strategie je ook kiest: econtent moet zeer eenvoudig beschikbaar zijn. Binnenkort een eerste stuk over overdenkingen en stappen die moeten leiden tot een nieuw contentdistributiesysteem in het MBO in 2010 waarmee de werkgroep zich bezig houdt.


maandag 15 november 2010

De kennis-persoonsvorm balans

Voor de master kregen we de volgende opdracht voor het onderdeel ontwerpen: Maak een analyse van de huidige maatschappelijke en onderwijskundige situatie. Ontwerp een oplossing voor het geformuleerde vraagstuk en presenteer dat in 4 minuten voor een jury. Een en ander wordt beoordeeld op:
  1. creativiteit (het gepresenteerde overstijgt het vanzelfsprekende en hoeft niet praktisch bruikbaar te zijn
  2. onderbouwing (logisch verband tussen probleemanalyse en de gepresenteerde oplossing
  3. presentatie (kort, krachtig en overtuigend)
Onderstaand de tekst van mijn presentatie en een foto van de balans.

Welkom bij mijn presentatie van de kennis-persoonsvormbalans op 12 november 2020
Ik neem jullie mee terug in de tijd om te zien he we nu, in 2020 er toe gekomen zijn deze kennis-persoonsvorm balans te gebruiken.Voor het geval je het niet precies meer weet: met de kennis-persoonsvorm balans kun je simpel bepalen hoeveel kennis je in je onderwijsprogramma moet aanbieden om de verhouding kennis – persoonlijke vorming te bepalen. Deze twee moeten met elkaar in balans zijn. De verhouding Kennis / Persoonsvorm is bepalend voor het niveau van de opleiding die geschikt is voor de student, waarbij Persoonsvorm een constante is en niet veranderbaar.
Nu een logisch gegeven, maar dit was lang niet altijd zo.Misschien kun je je nog herinneren dat eind 20e, begin 21e eeuw het een probleem was hoeveel kennis er eigenlijk aangeboden moest worden en hoeveel onderwijs gericht moest zijn op de vorming van de studenten. Denk aan de CGO, Pabo’s, het kleuteronderwijs, maar ook de ommezwaai van Zweden in 2011 naar een kennisgericht curriculum, ipv een die gericht was op sociale competenties. Nu, in 2020 beseffen we dat de sleutel ligt in het aanbieden van kennis. Met kennis kunnen we balans aanbrengen in de relatie met persoonsgebonden eigenschappen.

Waarom we ons alleen richten op kennis?
Zoals je ongetwijfeld weet hebben we al een tijdje door dat het waterdragen naar de zee is om de wezenlijke persoonlijke kenmerken van mensen proberen te veranderen. We kunnen bij embryo’s al objectief vaststellen hoe zij in hun leven in bepaalde situaties (zullen gaan) handelen. De vrije wil bestaat niet, ontdekten we in 2000 en is een oud mannetje dat op een bankje zit te kijken wat er allemaal om ons heen gebeurt.
Tot op heden is de persoonsvorm niet veranderbaar gebleken. De enige variabele die er in het onderwijs is, is Kennis.

Verbaasd? Kort wat geschiedenis.
Ergens in het begin van 2000 toonde Libet (neurofysioloog) al aan dat Handelen aan Denken vooraf gaat. In 2010 publiceerde Lamme het boek “De vrije wil bestaat niet”. 2014: Herziening van de rechtsspraak: “Zonder schuld verliest het recht de klassieke grondslag (Verplaetse, 2014) “
De behoudende vleugel van de protestantse kerken in Nederland constateerde in 2015 dat “Predestinatie terug is van nooit weggeweest” en in 2018 verklaarde de Onderwijsraad Supervisie en Reflectie als onethisch en kwakzalverij.
In 2019 kwam de term 'bewustzijncoëfficiënt' in zwang. Met een simpele formule kon vanaf dat moment bepaald worden op welk niveau een leerling kon instromen in bv het voortgezet onderwijs. Nu, in 2020 is inderdaad de formule K:Pv = niveau_student het uitgangspunt voor het toelatingsbeleid van scholen geworden.

Hoe werkt de kennis – persoonsvorm balans?
Kennis en Persoonsvorm moeten in balans zijn. Het draaipunt kan schuiven en wordt in positie gezet voor een bepaald niveau (bv niveau 4 MBO).
De armkant van Pv wordt langer bij een hoger niveau, dat betekent dat er meer Kennis toegevoegd dient te worden. Voor een niveau 2 opleiding wordt de arm aan de Pv-kant korter en zal er minder Kennis toegevoegd hoeven te worden. Er zijn ook varianten denkbaar met de mate van verantwoordelijkheid en dergelijke.

In formule:
K:Pv = niveau_student
Het verhoudingsgetal zal groter worden bij een hoger schoolniveau. Pv is constant.
Kennis x arm1 = Pv x arm2

zondag 14 november 2010

Mijn schouderblessure

Ik heb ze lang niet meer gezien. Een door de technische dienst in elkaar geknutselde brievenbus ergens aan een muur waar je je wilde ideeën in kon stoppen. De ideeënbus: goed voor de werkgever want  je kon er kosten mee besparen, goed voor jou want je kon er geld mee verdienen. Mijn vader hield er in de jaren ’70 nog een vaatwasser aan over. Ook goed voor mij dus. Je bedacht een innovatie, je baas oordeelde, beloonde en voerde de ideeën uit.
De innovatiebus is niet meer. Hij is verdrongen door een ideeënbusafdeling: de afdeling innovatie. Hier werken mensen die op verzoek van het management ideeën bedenken en op bepaalde plekken in de organisatie uitzetten. De werknemer bedenkt zelf niet meer, maar voert ideeën uit, de ideeënbusmedewerker scoort.

De ideeënbusafdeling weet precies waartoe de innovatie moet leiden, wie er daarvoor moet veranderen en welke acties er genomen moeten worden. Er worden de juiste onderzoeken geselecteerd, er wordt onderzoek gedaan en hoewel volgens onderzoek onderzoek vaak niet deugt is afbakening van onderzoeksvragen een kunst op zich geworden. En kunsten moet je leren.  Zo is er dus ook een ideeënbusopleiding te volgen; één die je inwijdt in de geheimen van het veranderen van anderen.

Om die nieuwe ideeën en plannen succesvol op de werkvloer te ‘implementeren’ bestaan er vastgelegde paden die gevolgd dienen te worden. Uitgangspunt is namelijk dat er kwaliteit geleverd moet worden:  organisatie en personeel moeten zich constant verbeteren volgens vaste routes, op manieren die te meten zijn (want: wat niet meetbaar is, is minder van belang).  De afdeling kwaliteitszorg houdt daarop scherp toezicht.
Om teams te helpen zich volgens plan kwalitatief te verbeteren, om hen te assisteren bij de planmatige innovatie is het gewenst gebruik te maken van diverse rites. Zo kun je personen en teams laten veranderen door gebruik te maken van kleuranalyses of door geheimen toe te passen. Nog niet genoeg? Teamrolanalyse, learningpit, ijsberg, hij/wij/jij/zij,  SMART, leercyclus, draagvlak en open space: een goede ideeënbusmedewerker weet er wel raad mee.

Veel regulatie dus. Toch nog niet genoeg, want de mensen van  kwaliteitszorg kijken scherp over de schouders mee of er toch niet van de asfaltwegen afgeweken wordt. INKmodel,  Plan-do-check-act: de piketpaaltjes zijn met ferme klappen in de grond geslagen.  Zo lang je de uitgezette lijnen volgt, controleert of je op de goede koers zit en eventueel bijstuurt is er blijkbaar sprake van kwaliteit. Simpel.

Hoe hebben we ooit zonder zoiets geniaals gekund,  denk je dan. Toch kon het.
Ver voor de tijd van ideeënbussen, verbetermanagement en kwaliteitssystemen stond juist grenzeloosheid hoog in het vaandel. De nu zo verguisde VOC-mentaliteit kende geen grenzen dan die achter je en het doel was even breed als de horizon. Met lef en gedrevenheid werden innovaties bedacht en geïmplementeerd en was het de kunst om afbakening zo veel mogelijk te voorkomen.

Laten we het blikveld maar weer eens verruimen. Bepaal globaal je doel, probeer je aanlooproutes, buit je mogelijkheden uit en volg je intuïtie. Dat het niet altijd lukt en dat er eens wat zinkt, soit, maar we vallen niet meer van de aarde. Toch?

StudentGerichte Innovatie

Innovatie binnen het Deltion College en stimulering van ICT in het bijzonder lopen altijd via de leraar. Er zijn de afgelopen 15 jaar diverse projecten opgezet om de leraar ertoe te bewegen meer elearning toe te passen binnen het onderwijs. Binnen het onderwijs (waaronder het Deltion College) verloopt deze vorm van innovatie gestaag, maar bijzonder traag. Een significante groep leraren gebruikt ICT nog steeds niet of nauwelijks om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Pogingen om buiten de leraren om de onderwijspraktijk te innoveren stuiten op verzet van dezelfde leraren.

In het kader van mijn masterthesus ga ik onderzoeken in hoeverre er sprake kan zijn van een alternatieve innovatiestrategie binnen het onderwijs omdat blijkbaar de standaard strategie niet erg goed werkt. En dat is een understatement vind ik.


Figuur 1, innovatievariabelen

Hoe ziet een onderwijsinnovatie er normaal gesproken uit? 
In figuur 1 is te zien hoe de drie variabelen in een innovatieproces met elkaar zijn verbonden.




Figuur 2, gangbare wijze van innoveren
 
Of het nu om de invoering van de ELO gaat of gebruik van web2.0 toepassingen: de leraar is hier de intermediair tussen de innovator, de onderwijspraktijk en het studentengedrag (figuur 2).




Figuur 3, studentgerichte innovatie (SGI)
Studentgerichte innovatie probeert een verandering van lerarengedrag te bereiken via de student (figuur 3). Door een (ICT)innovatie te richten op studenten zullen deze studenten de leraar vragen zijn/haar gedrag te veranderen. Dit in tegenstelling tot de reguliere innovatiemethode waarbij de leraar een opdracht tot innovatie ‘van boven’ krijgt. Studentgerichte Innovatie resulteert in veranderend studentengedrag. Dit andere gedrag beïnvloedt de dagelijkse onderwijspraktijk waardoor de leraar zich genoodzaakt zal zien te anticiperen en zijn of haar gedrag actief te veranderen. Ik neem aan dat leraren op deze min of meer vraag gestuurde wijze veel eerder hun gedrag zullen veranderen.

Mijn definitie van Studentgerichte Innovatie luidt als volgt: SGI is een alternatieve onderwijsinnovatie, gericht op verandering van lerarengedrag en onderwijspraktijk met verandering van studentengedrag als belangrijkste prikkel.

In het eerste jaar van mijn opleiding heb ik geconstateerd dat SGI werkt. Door mij enkel te richten op de 1e jaars studenten van een bepaald team werden de leraren zo nieuwsgierig dat ze na een paar maanden meer wilden weten. Op dit moment, 1 jaar later, gebruikt het team de ELO volop, moeten de studenten laptops  aanschaffen en wordt ook onze eigen kennisbank Fiducia goed ingezet. Zonder SGi denk ik niet dat we zover waren gekomen.

Mocht je mee willen lezen: hier mijn masterproposal zoals deze er op 14 november 2010 uitziet. In het blauw de opmerkingen vanuit het Lectoraat. Ik ploeg dapper verder.

De vrijdagmiddagfrustratie


Vrijdag zwaar gefrustreerd thuisgekomen na een middag ICTles in mijn masteropleiding Learning and Innovation. Laten we maar hopen dat ik een en ander verkeerd begrepen heb.

Er stonden 2 leraren voor ons klasje innovatoren om ons van alles over ICT en innoveren te laten ervaren en beleven. Natuurlijk zou ik moeten weten dat (gelukkig) niet iedereen een early adaptor is, maar het lijfelijk ervaren dat sommigen bij de 'late majority' horen kwam hard aan.
Mijn valkuil is groot: als ik ten diepste overtuigd ben van mijn gelijk kan ik het optreden van een non-believer of scepticus nog wel eens als schokkend ervaren. Geen beste instelling voor een innovator, daar ben ik mij van bewust. Ziedaar een clash op vrijdagmiddag.

Maar goed. Onze leraren hebben erg hun best gedaan ons op ons eigen niveau  met het onderwerp aan de gang te laten gaan. Over 4 weken wordt verwacht een presentatie te geven over het gebruik van een bepaalde tool, hebben we een bedrijfsbezoek en een afsluitende toets gedaan. Op zich wel te doen lijkt mij. Die 5 EC's zijn op deze manier snel binnen.

Jammer is wel dat ik de opleiding doe om wat te leren, en niet weer een  kunstje ga doen dat ik tijdens mijn werk al een aantal jaren doe: onderwijs analyseren, zien wat ICT binnen de school realistisch gezien kan bijdragen aan de kwaliteit van dat onderwijs en dit vervolgens samen met leraren en studenten implementeren.

Ik wil verdieping! Wat ik graag wil weten?
  • Hoe kun je ICT inzetten in het innovatieproces zelf? 
  • Kunnen we ICT als katalysator gebruiken binnen een innovatie? 
Het gaat mij daarin dus nu juist niet om de relatie ICT & onderwijs, maar die van ICT & innoveren. En da's wat anders denk ik.

Mijn eigen presentatie op de OWD10 over het minst sexy onderwerp in tijden

Voor de OWD 2010 had ik mijn eigen sessie aangemeld. AnneMarie Versloot bood gelukkig aan mee te helpen, zodat wij samen "Contextgerelateerd zoeken, Weg met de metadata!" konden presenteren. De presentatie (in Prezi) en uitleg hieronder:


Op veel scholen wordt het lesmateriaal, de bronnen, niet goed beschreven zodat het moeilijk weer terug te vinden is. Dit metadateren is een enorme klus, maar voor de vindbaarheid van het materiaal absoluut noodzakelijk. Zo'n drie jaar geleden dacht ik nog dat dit beschrijven van materialen door de aanleverende leraren zou kunnen gebeuren. Maar wat blijkt?
Leraren hebben er geen zin in en kunnen het niet, bij het verplichten van metadateren zal er in veel gevallen onzin ingetikt worden.

OK, dan laten we het door profs doen in ons Media en Informatie Centrum (MIC). Een eenvoudig rekensommetje (zie presentatie) leert dat hiervoor op een gemiddeld ROC als het Deltion College minimaal 4 personen fulltime aan-het-metadateren-zijn. Afgezien of je dat iemand wilt aandoen: veel te kostbaar!

De derde optie is automatiseren. Deze weg ben ik twee jaar geleden ingeslagen, naar nu blijkt met groot succes. Metadata wordt automatisch gegenereerd en het materiaal wordt deels met behulp van metadata teruggevonden en deels in de context van de opleiding.

Hoe werkt het in de praktijk?
1. het team bedenkt, samen met een adviseur, een goede categorisering van de opleiding. Deze categorieën zijn herkenbaar voor de student. Ze kunnen gebaseerd zijn op ouderwetse vakken, op modules, op werkprocessen of op kerntaken. Het team is de baas;
2. De categorieën worden als vocabulair gebruikt. Ik maak van deze categorieën een mappenstructuur in de ELO. Deze structuur wordt vastgezet en kan niet zomaar door leraren veranderd worden;
3. Een leraar kan een document naar de betreffende map in de ELO slepen, de volgende dag kan de student het materiaal terugvinden. Zoeken kan binnen de titel, de volledige tekst en op trefwoord. Alle documenten waarin het zoekwoord voorkomt worden getoond, verspreid over de door het team gemaakte categorieën. Zoek in het voorbeeld (je bent dan een student tandartsassistent) bv eens op zenuwstelsel. Je ziet duidelijk rechts in beeld de opbouw van de mappen, de context waarin het materiaal gebruikt wordt.

De grote kracht is nu dat de combi van slechts enkele automatisch gevulde metadatavelden (titel, documentsoort, bron en fulltext) in combinatie met de context de student snel het goede leerobject laten vinden.

Ondanks het duffe imago van het onderwerp zat de zaal vol: uitgevers, Kennisnet, maar gelukkig ook collega's uit de onderwijspraktijk. Enkelen hadden goede tips die wellicht voor nog wat verbeteringen in de toekomst kunnen leiden.

zaterdag 13 november 2010

De onderwijsdagen 2010

Dinsdag en woensdag op de onderwijsdagen rondgelopen, samen met AnneMarie Versloot.
Mooie dingen gezien, inspirerende èn hemeltergende dingen gehoord.
Inspirerend was het verhaal van de TUDelft over hun Open CourseWare (OCW). Al het materiaal wordt gratis weggeven en, als ik het goed heb, zijn ook alle weblectures gratis op te vragen. Wil je echter een accreditatie dan moet je uiteraard betalen.

AnneMarie en ik hebben dit meteen voorgelegd bij de afdeling Training en Advies van ons ROC: het Deltion College. Als het materiaal dat zelf geproduceerd is moeten we gratis ter beschikking stellen, liefst via Fiducia natuurlijk. Als studenten begeleiding en een certificaat willen moeten ze zich natuurlijk inschrijven.

Voordelen:
- maak een vuist tegen LOI
- het materiaal wordt beter: de schrijver weet dat alles door iedereen te vinden is en zal dus nog meer zijn/haar best doen
- positief imago voor het college

Punt van aandacht: natuurlijk moet het vrijgegeven materiaal wel helemaal vrij van copyright zijn. Dus geen jat- en knipwerk.

Get Microsoft Silverlight

Deltion stelt 10.000 euro beschikbaar voor uitvoering van het beste idee: de 'uitklinker'. Ons idee kost ongeveer 5 cent: 1 vinkje in de ELO...